De laatste jaren neemt het aantal waarnemingen van de Wespendief in Zeeland tijdens de broedtijd sterk toe. In Figuur 14 worden alle juni en juli-waarnemingen van Wespendieven die in waarnemingsrubrieken van de tijdschriften Sterna (sch en dui), ’t Duumpje (wzv), en de Steltkluut (mzv en ozv) en bij waarneming.nl werden gepubliceerd samengevat. Waarneming.nl is vanaf eind 2003 in gebruik, de populariteit is geleidelijk aan toegenomen. Bij vergelijking door de jaren heen moet daar rekening mee gehouden worden. Toch is de trend onmiskenbaar: In de broedtijd worden in Zeeland steeds meer Wespendieven waargenomen.

Figuur 14. Aantal waarnemingen en aantal exemplaren van Wespendieven in Zeeland tijdens de zomermaanden juni en juli voor de periode 1980-2018.Figuur 14. Aantal waarnemingen en aantal exemplaren van Wespendieven in Zeeland tijdens de zomermaanden juni en juli voor de periode 1980-2018.

In het broedseizoen van 2017 werd geen enkel nest gevonden. Op 8 februari 2018 werd echter in het Kloosterbos bij Koewacht een klein niet afgebouwd nest gevonden wat vooral uit takken met loof was opgebouwd. Dit is karakteristiek voor een Wespendief die wel een nest heeft gebouwd (loof) maar niet heeft gebroed (klein onaf nest). In een loofbos zijn in de winter dergelijke nesten relatief gemakkelijk te vinden. Het ging hierbij dus om een in 2017 gebouwd nest. Het komt nogal eens voor dat Wespendieven zo’n nest in het daaropvolgende jaar gebruiken (Bijlsma 1997). Omdat dat inderdaad het geval was, was de eicontrole in 2018 een eitje. Het was de eerste eicontrole in Zeeland ooit (zie foto). Het ging om een tweelegsel, waarvan beide eieren uitkwamen. Er vloog slechts één jong uit. Het eerste ei werd gelegd op 31 mei. Tot heden zijn er maar twee andere nesten waarvan de start van de eileg bekend is, namelijk 25 juni 2013 en 26 mei 2014.

Links tweelegsel van Wespendief op 8 juni 2018 en rechts Jonge Wespendief van 27 dagen op 30 juli 2018. Beide foto’s werden gemaakt tijdens nestcontroles in het Kloosterbos Koewacht door Bas de MaatLinks tweelegsel van Wespendief op 8 juni 2018 en rechts Jonge Wespendief van 27 dagen op 30 juli 2018. Beide foto’s werden gemaakt tijdens nestcontroles in het Kloosterbos Koewacht door Bas de Maat

In totaal waren in 2017 op vijf locaties (voedsel)territoriumhoudende Wespendieven aanwezig en in 2018 zes[3]. In 2018 was dat voor de Braakman voor het eerst. De andere locaties waren bekend uit eerdere jaren. Ze bevonden zich allen in het ZO van Zeeuws-Vlaanderen. Heel wat waarnemers zijn niet bekend met het broedgedrag van de Wespendief. Territoriumhoudende Wespendieven kunnen daardoor gemakkelijk over het hoofd worden gezien. Het aantal broedparen in Zeeland wordt geschat op 5-10.

Bij het doorspitten van waarneming.nl viel het op dat het overgrote deel van de waargenomen Wespendieven als ‘overvliegend’ werden genoteerd. Dank je de koekoek, een Wespendief neem je bijna altijd vliegend waar. Maar waar gaat de vogel naar toe, wordt er voedsel getransporteerd (heel goed kijken!), vliegt de vogel in rechte lijn, duikt hij/zij abrupt het bos in, wordt er hoog of laag gevlinderd? Het zou mooi zijn als daar voortaan op wordt gelet en als het bij de waarneming wordt genoteerd.

Hierna volgt een opsomming van alle locaties met geschikt foerageer- en broedhabitat waar tijdens het broedseizoen Wespendieven werden gezien. Van iedere locatie worden jaren met zomerwaarnemingen opgesomd. Het gaat daarbij om waarnemingen uit de periode 1 juni-31 juli. Het zijn tevens locaties waar de komende jaren extra aandacht aan besteed zou kunnen worden.

  • Boswachterij Westenschouwen en royale omgeving (Burgh-Haamstede). In 2006 was er een geslaagd broedgeval. Het nest werd toen gevonden en er vlogen twee jongen uit. Zomerwaarnemingen zijn er voor 1984, 1986, 2001, 2005, 2006, 2009 en de periode 2011-18.
  • Schuddebeurs (Noordgouwe). Eén geslaagd broedgeval in 1997 (nest gezien en minimaal één uitgevlogen jong). Zomerwaarnemingen zijn er voor 2001, 2006, 2007, 2009, 2010 en de periode 2012-2017.
  • Oranjezon (Vrouwenpolder). Hier is nog nooit een territorium vastgesteld. In 2005, 2007, 2008 en de periode 2011-15 werden ’s zomers Wespendieven gezien. Sindsdien niet meer.
  • Biggekerkse Bos (Biggekerke). Een broedgeval in 2014; twee uitgevlogen jongen (nest niet gezien, maar een hele reeks van waarnemingen tijdens het broedseizoen). Waarnemingen in de broedtijd zijn er voor 1991, 1992, 1999, 2002, 2005 en de periode 2010-18.
  • De Ploate (Oostburg). In 2014 een territorium. Het is tevens het enige jaar met waarnemingen in de broedtijd.
  • Braakmanpolder (Biervliet, Hoek en Philippine). In 2018 een territorium en zomer waarnemingen in 1985, 1989, 2003 en de periode 2010-18.
  • Groene Knoop/Zwartenhoek (Westdorpe). Het betreft een marginaal habitat, dat bovendien in de winter van 2017/18 met de verbreding van een weg (de Tractaatweg) is verdwenen. In 2014 werd op 31 juli een paar waargenomen en op 23 en 26 augustus werd telkens hetzelfde jong gezien. In 2015 was op 14 juli een naar een nest vliegende Wespendief aanwezig. Op het niet afgebouwde nest lagen groene takken. Bovendien zijn er zomerwaarnemingen voor 2009, 2011, 2015, 2017 en 2018.
  • Plasschaertbos (Koewacht). Geslaagde broedgevallen in 2013 en 2014 (nestjongen geringd) en voedseltransport in 2017. Bij de geslaagde broedgevallen ging het beide keren om twee uitgevlogen jongen. In de jaren 2015, 2016 en 2018 was telkens een paar aanwezig, maar kon ondanks langdurige observatie - respectievelijk 9, 10, 11 en 14 waakuren - broeden niet bewezen worden. Zomerwaarnemingen zijn er van 1982 en 2012.
  • Kloosterbos/Peereboomsgat (Koewacht). Dit is nogal dichtbij bij de vorige locatie. Sinds 2016 wordt op het kleed - inclusief missende pennen - van de waargenomen Wespendieven gelet. Hierdoor kan onderscheid tussen de paren worden gemaakt. In de winter van 2017/18 werd een nest gevonden. Op dit nest werd in 2018 succesvol gebroed (zie hierboven). In de periode 2014 en 2015 was er telkens een territorium, maar geen broedaanwijzing. In 2016 werd voedseltransport vastgesteld. Om een hogere graad van broedzekerheid te krijgen werd in de jaren 2015-17 respectievelijk 16, 12 en 10 uren gewaakt. Zomerwaarnemingen vonden plaats in 2012 en 2013.
  • Groot Eiland (Axel/Hulst). In 2016-18 was sprake van een territorium en in 2018 van een nestvondst, maar was er geen broedsucces. Zomerwaarnemingen zijn er uit 2014 en 2015.
  • Wildelanden en Waterleidingbossen Sint Jansteen (Heikant/Sint Jansteen). In 2014, 2015, 2017 en 2018 een territorium en zomerwaarnemingen in 2006 en 2016.
  • Schuddebeurs en ’t Jagertje (Hulst). Dit is een lastige locatie. Ze is onoverzichtelijk en grote delen van het geschikte broedhabitat zijn niet toegankelijk (privé eigendom). In 1995 was er een territorium en in 2007 een broedgeval (minimaal één uitgevlogen jong, geen opgave van datums). In 2016 werd voedseltransport waargenomen en op 11 juni 2018 werd een met een tak vliegend exemplaar gezien. Er is een zomerwaarnemingen uit 1986.
  • Bossen Waterstraat (Hulst/Clinge). Op 18 juli 2017 werd een laag over het bos elkaar volgend paar Wespendieven waargenomen. Het habitat is geschikt.
  • Waterleidingbos Clinge (Clinge). Deze locatie is een van de meest geschikte, maar is zonder ‘boom te toppen’ lastig te overzien[4]. Bovendien komen er weinig vogelaars. Op 18 juli 2012 werd één vlinderende man waargenomen en er zijn zomerwaarnemingen uit 1990, 2014 en 2015.

Op het nest in Koewacht werden tijdens het ringen en bij de nacontrole prooiresten verzameld (zie foto bij Werkwijze). Op 31 juli 2018 werden vier brokken met grijze raten (totaal 245 poppen) en 63 brokken met gele raten (totaal 1.575 poppen) gevonden. Op 20 augustus ging het om twee brokken met grijze raten (totaal 275 poppen),149 brokken en wat gruis met gele raten (totaal 7.130 poppen waarvan 85 niet opgegeten). Ook lagen er toen twee imago's van de Gewone Wesp en de resten van een jonge Houtduif, met daarbij wat graankorrels uit de krop, op het nest. Gele raten zijn van de Gewone Wesp Vespula vulgaris en grijze raten kunnen van verschillende soorten zijn, maar de Duits Wesp Vespula germanica is het meest waarschijnlijk.

Bas de Maat klimt naar het nest van een Wespendief. Koewacht 30 juli 2018. Foto Carola André. Bas de Maat klimt naar het nest van een Wespendief. Koewacht 30 juli 2018. Foto Carola André.


[3]Vlinderen is een karakteristieke manier van vleugelwapperen waarmee Wespendieven zowel het voedsel- als het broedterritorium markeren. Een vlinderende Wespendief wijst dus niet per se op een broedterritorium

[4]Wespendieven die naar het nest vliegen, doen dat vaak laag over bomen. In bosrijke gebieden lukt het opsporen van Wespendieven daarom het best vanaf een hoog uitzichtpunt. In het vlakke Nederland betekent dat naar de top van de hoogste boom klimmen en daar gedurende enige tijd - meestal 2-3 uren - de omgeving afspeuren