In 2017 werden 707 en in 2018 en 620 nestkaarten[2] ingevuld (Figuur 11). De laatste jaren is het aantal kaarten wat hoger dan voorheen. Dat komt vooral door het meetellen van kaarten van niet-bezette nestkasten. Voorheen kwamen de gegevens daarvan niet op een kaart terecht. Sinds 2015 is dat echter wel het geval omdat toen Nestkaart.nl in gebruik werd genomen. Vanaf dat jaar staat telkens van elke aan iemand toegedeelde kast een kaart klaar met daarop de basisgegevens en hoeft de waarnemer alleen nog maar de nestbezoeken in te vullen. Het voordeel van het invullen van een kaart voor een niet-bezette kast is dat voor elk jaar de bezettingsgraad van nestkasten kan worden berekend. Vooral bij de Torenvalk is dit een interessante parameter.

Figuur 10. Aantal in de periode 1995-2016 in Zeeland per jaar opgespoorde roofvogelnesten en roofvogelbroedparen.Figuur 10. Aantal in de periode 1995-2016 in Zeeland per jaar opgespoorde roofvogelnesten en roofvogelbroedparen.

De best onderzochte deelgebieden zijn in afnemende rangorde; Midden Zeeuws-Vlaanderen, Walcheren, de Hals van Zuid-Beveland, de Westerschelde (nauwelijks nestkaar-ten), Oost Zeeuws-Vlaanderen (Bruine Kiekendieven zo goed als volledig), Tholen & Sint Philipsland, het Veerse Meer, West Zeeuws-Vlaanderen, Zuid-Beveland en de Grevelingen & het Volkerak-Zoommeer, Schouwen, Duiveland, Noord-Beveland en de Oosterschelde (nauwelijks broedende roofvogels).

In Bijlage 1 en Bijlage 2 wordt voor de afzonderlijke deelgebieden een schatting van het aantal broedparen gegeven. Schattingen komen tot stand door rekening te houden met jaarlijks goed onderzochte gebieden en het gegeven dat roofvogels jaren achtereen gebruik maken van hetzelfde broedgebied. De schattingen zijn voorgelegd aan de regiocoördinatoren.

In Bijlage 3 wordt voor de periode 1995-2018 per soort een overzicht gegeven van de belangrijkste broedbiologische gegevens, namelijk; de start van de eileg, het aantal eieren en het aantal uitgevlogen jongen. Ook wordt het aantal geringde jongen vermeld. Bij de soortbeschrijvingen zijn tabellen opgenomen over prooien die tijdens nestbezoeken op en/of nabij nesten zijn aangetroffen.


[2] In bijlage 5 wordt een voorbeeld van een nestkaart gegeven.