Van de in Zeeland voorkomende roofvogels zijn Havik, Sperwer, Boomvalk en Slechtvalk echte vogeleters. Bruine Kiekendief, Buizerd en Torenvalk eten ook wel vogels, maar hebben voor een goed broedseizoen een goed aanbod aan muizen (alle drie de roofvogelsoorten) jonge Hazen, jonge Konijnen en jonge Fazanten (Bruine Kiekendief en Buizerd) nodig (Castelijns 2011).
Sinds 2004 (Hazen en Konijnen), 2005 (Fazanthanen) en 2007 (Fazanthennen) vindt monitoring van enkele belangrijke prooisoorten plaats. Er zijn twee (polder)routes voor Hazen en Fazanten; één in Oost en één in Midden Zeeuws-Vlaanderen. De routes bevinden zich in de atlasblokken 5512/5513 en 5424/5425. Er wordt geteld bij droog en rustig weer in de periode half februari-half maart van twee uur voor zonsondergang tot een half uur erna. In die tijd van het jaar en op dat tijdstip van de dag zijn Hazen en Fazanten erg actief en is de vegetatie nog kort. Door omstandigheden is in 2012 een maand later geteld. De vegetatie hinderde de telling niet. Omdat Fazanthennen groepsgewijs en meer in dekking leven, berust het tijdens de telling treffen van ze meer op toeval.
Op beide polderroutes worden ook Konijnen geteld, maar de aantallen zijn laag. Daarom wordt in de avondschemering in het Braakmanbos (atlasblok 5424/5425) een vaste acht kilometer lange route over bospaden gelopen. Het telpunt bij de Gasdam Saeftinghe is verlaten omdat de lokale situatie sterk is gewijzigd.

Haas (Lepus europeus). Foto Henk Castelijns.Haas (Lepus europeus). Foto Henk Castelijns.

De Hazenstand was het hoogst in 2004, aan het begin van de telreeks. Daarna nam ze af. Vanaf 2007 trad enig herstel op. Sindsdien is ze afgezien van schommelingen min of meer stabiel (Figuur 5).

Figuur 5 Index van het aantal Hazen Lepus europaeus langs polderroutes in Oost en Midden Zeeuws-Vlaanderen (OZV en MZV) voor 2004-2012. In 2004 ging het om 166 en 84 ex.Figuur 5 Index van het aantal Hazen Lepus europaeus langs polderroutes in Oost en Midden Zeeuws-Vlaanderen (OZV en MZV) voor 2004-2012. In 2004 ging het om 166 en 84 ex.

In het Braakmanbos is het aantal Konijnen sinds 2004 spectaculair toegenomen In 2011 was er enige afname en in 2012 opnieuw herstel (Figuur 6).

Figuur 6. Index van het aantal Konijnen Oryctolagus cuniculus in het Braakmanbos voor 2004-2012. In 2004 ging het om 20 ex.Figuur 6. Index van het aantal Konijnen Oryctolagus cuniculus in het Braakmanbos voor 2004-2012. In 2004 ging het om 20 ex.

Het aantal Fazanthanen en -hennen is in Midden Zeeuws-Vlaanderen min of meer stabiel. In Oost Zeeuws-Vlaanderen was er een forse toename voor Fazanthanen, vooral in 2012 (Figuur 7). Ook het aantal Fazanthennen neemt toe (Figuur 7). Ze is vooral een gevolg van de toename op een deel van de route, namelijk de Hedwigepolder. Worden daar Fazanten uitgezet?

Figuur 7. Index van het aantal Fazanthanen en -hennen (Phasianus colchicus) in Midden (MZV) en Oost Zeeuws-Vlaanderen (OZV) voor de periode 2005-2012. In 2008 ging het respectievelijk om 29 en 58 hanen en om 42 en 38 hennen.Figuur 7. Index van het aantal Fazanthanen en -hennen (Phasianus colchicus) in Midden (MZV) en Oost Zeeuws-Vlaanderen (OZV) voor de periode 2005-2012. In 2008 ging het respectievelijk om 29 en 58 hanen en om 42 en 38 hennen.

Het broedsucces van de Torenvalk is tot op zekere hoogte een maat voor de Veldmuizenstand (Figuur 8).

Figuur 8. Broedsucces van de Torenvalk Falco tinnunculus in Zeeland in de periode 1995-2012.Figuur 8. Broedsucces van de Torenvalk Falco tinnunculus in Zeeland in de periode 1995-2012.