| Sperwer |
|
![]() Sperwerman. Foto: Ludo Goossens. Accipiter nisus Lengte Vleugelspanwijdte Gewicht Aantallen In de periode 1975-1995 verviervoudigde de stand in Nederland, sindsdien is sprake van een lichte afname. In Zeeland broedt de soort sinds het begin van de jaren tachtig. Tot de eeuwwisseling nam de stand pijlsnel toe tot 190-290 paren en is sindsdien stabiel gebleven. Hoeveel Sperwers in Zeeland overwinteren is moeilijk vast te stellen. Door de verborgen levenswijze zijn Sperwers buiten het broedseizoen niet te tellen. Op basis van de broedpopulatie en rekening houdend met een influx van noordelijke en oostelijke vogels, zal de winterpopulatie in de ordegrootte van 750-1500 liggen ![]() Een zeslegsel van een sperwer met veel dons op het nest. Foto: Jeroen Castelijns. Sperwers zijn echte boombroeders. Dat wil niet zeggen dat ze op alle plaatsen waar bomen staan tot broeden komen. Ze hebben een sterke voorkeur voor bosjes en broeden bij uitzondering in een windsingel. In bomenrijen zonder ondergroei wordt niet gebroed. De Sperwer heeft een sterke voorkeur voor jong bos, vooral naaldhout trekt ze aan. Ze nestelen bij voorkeur tussen 5 en 12 meter hoog en bouwen het nest meestal net boven de scheiding van dode en levende takken.De Sperwer is de enige roofvogel in Zeeland die tussen de bebouwing jaagt. Dus als mees of mus van de voedertafel worden gegrist, is dat Sperwerwerk. Andere roofvogels komen niet in besloten tuinen, ook de Torenvalk niet. De Torenvalk is een vogel van open terrein, die hooguit de randen van dorpen en steden opzoekt! Sperwers bemachtigen prooien door ze vanuit dekking te verrassen. Op plaatsen zonder dekking lukt dat niet. Sperwers hebben daar dan ook weinig te zoeken. Let er maar eens op: een Sperwer die over kaal terrein vliegt, doet dat bijna altijd op weg naar een bosje of een woonerf. ![]() Sperwerjongen op het nest met een juv Pimpelmees als prooi. Foto: Jeroen Castelijns. Sperwers eten uitsluitend vogels. Het verschil in grootte en gewicht tussen man en vrouw is uitzonderlijk groot. Je zou bijna van twee verschillende soorten kunnen spreken. Qua voedsel lijkt dat ook zo. Een man Sperwer jaagt op vogels tot de grootte van een Merel of Spreeuw en een vrouw tot de grootte van een duif. Een belangrijk voordeel van het jagen op totaal verschillende prooien is dat je in het broedterritorium niet elkaars voedselconcurrent bent.Sperwers zijn gebouwd voor de verrassingsaanval: korte ronde vleugels waarmee je snel kunt optrekken en een lange staart om snel te remmen en van richting te veranderen. Zeeuwse Sperwers eten vooral duiven, Spreeuwen, Merels, Zanglijsters, Kool- en Pimpelmezen, Huis- en Ringmussen en diverse soorten vinkachtigen. Kieskeurig zijn ze niet. Omdat Sperwers vanuit dekking jagen, vangen ze vooral vogels die gebonden zijn aan bomen en struiken. Maar alle vogels die ze voor de klauwen krijgen worden gegrepen, soms zelfs eens steltlopers zoals de Kievit. Voortplanting ![]() Plukresten achtergelaten door een sperwer. Foto: Henk Castelijns. Nederlandse Sperwers blijven de gehele winter in het eigen broedgebied. Nadat ze voor zich zelf moeten zorgen, verlaten jonge Sperwers het territorium waarin ze geboren zijn. In hun eerste najaar vestigen ze zich in een eigen territorium, waar ze verder hun hele leven blijven. Verder dan circa 50 km van de geboorteplaats gaan ze zelden. De mannetjes vestigen zich gemiddeld een stuk dichter bij de geboorteplaats dan de vrouwtjes. Overleving ![]() Sperwerman (+2kj) op een slaapplaats in de Braakmanpolder begin jaren tachtig van de vorige eeuw. Foto: Cees Riemslag. De Sperwer komt wijd verspreid in Zeeland voor en vind al gauw ergens een bosje dat groot genoeg is om in te broeden. Door zijn verborgen levenswijze hebben Sperwers nauwelijks te lijden van vervolging. Er zijn geen speciale beschermingsmaatreglen nodig. In de toekomst krijgen de Zeeuwse Sperwers te maken met Haviken. Elders in Nederland is hierdoor de Sperwerpopulatie onder druk gekomen. Bijzonderheden In de Braakman in Zeeuws-Vlaanderen werd vastgesteld dat ook Sperwers bij voorkeur in de buurt van elkaar gaan slapen. Ze doen dat dicht tegen de stam op dezelfde hoogte waarop ze een nest zouden bouwen. Telkens zat er een vogel per boom en meestal stonden de bomen waarin een Sperwer zat 5-20 meter uit elkaar. Tijdens het broeden verliest het vrouwtje donsjes. De donsjes blijven op het nest liggen. Zonder bij het nest te klimmen kan je er uit afleiden of er een broedend vrouwtje op heeft gezeten. |
| < Vorige | Volgende > |
|---|





