| Bruine Kiekendief |
|
| geschreven door Henk Castelijns | |
| zondag 12 februari 2006 | |
![]() Mannetje Bruine Kiekendief strekt zijn vleugel. Foto: Ludo Goossens. Circus aeruginosus Lengte Vleugelspanwijdte Gewicht Aantallen ![]() Uitzonderlijk groot legsel van de Bruine Kiekendief, Hulsternieuwlandpolder 15 mei 2005. Foto: Henk Castelijns. Bruine kiekendieven broeden in kreken en op schorren en jagen daar ook. In de broedtijd vinden ze echter het meeste voedsel op akkers en in weilanden en in de winter in moerasgebieden. Het zijn vogels van open land die bossen mijden. Het nest bevindt zich op de grond meestal in riet en soms in andere 0,5-2 meter hoge begroeiing: buitendijks in zeebies en een enkele keer binnendijks in landbouwgewas, bijvoorbeeld luzerne of graan. Voedsel ![]() Vier jongen van de Bruine kiekendief en één ei, het oudste jong is circa acht dagen oud. Foto: Henk Castelijns. De meeste Zeeuwse Bruine Kiekendieven komen half maart begin april in de broedgebieden aan. Soms is het mannetje eerst en soms het vrouwtje. Zodra beide partners aanwezig zijn begint de balts, enkele dagen later gevolgd door de bouw van het nest. Het nest is 20-90 cm hoog, vaak staat er 5-10 cm water onder. Op plaatsen met een wisselend waterpeil zijn de nesten hoger dan op droge of nagenoeg droge plaatsen. De eerste Bruine Kiekendieven die in het voorjaar aankomen zijn ten minste twee en vaak drie jaar of ouder. Ze nemen de beste broedplaatsen in. Vanaf eind april tot half mei komen niet-uitgekleurde en dus jongere vogels aan. Deze moeten het doen met de minder goede plaatsen. De periode waarin in Zeeland met de eileg wordt gestart, loopt vanaf begin april tot half mei. Legsels van oudere vogels bestaan meestal uit 4-6 eieren en de legsels van jongere vogels uit 3-4 eieren. Om de andere dag wordt een ei gelegd. De broedduur bedraagt 30-32 dagen. Omdat vanaf het eerste ei wordt gebroed, komen de eieren na elkaar uit en verschillen de jongen in grootte. In goede voedseljaren maken de laatstgeboren jongen meer kans om uit te vliegen dan in slechte voedseljaren. Uit ‘vroege’ nesten vliegen vaak 3-5 jongen uit en ‘late’ nesten zijn, als ze al slagen, goed voor 1-3 jongen. De jongen verlaten het nest als ze ruim vier weken oud zijn, maar vliegen pas op een leeftijd van 35-40 dagen. In slechte voedseljaren zoals 2003 zijn er heel wat broedparen die er tijdens de nestbouw of tijdens het broeden mee kappen. Bruine Kiekendieven kunnen dicht bijeen broeden. Soms liggen de nesten maar een paar honderd meter uit elkaar. Geschikt broedgebied in de vorm van moerasvegetatie is schaars, terwijl er volop foerageergebied is. Het dicht opeen broeden is daaraan een aanpassing. Verplaatsingen Na het uitvliegen blijven de jongen meestal nog 15-25 dagen in de nabijheid van het nest. De ouders sjouwen dan nog voedsel aan. Als de jongen zelfstandig zijn, vertrekken veel vogels in zuidwestelijke richting: eerst de volwassenen, later gevolgd door de onvolwassen. De meeste Bruine Kiekendieven overwinteren in Afrika ten zuiden van de Sahara. Er wordt in toenemende mate in Zuidwest en het West-Europa overwinterd. De meest noordelijke concentratie overwinteraars bevindt zich tegenwoordig in het Verdronken Land van Saeftinghe, waar de laatste jaren 50-162 ex. overwinteren. Meer dan 90% van de overwinteraars zijn het voorafgaande broedseizoen geboren. Waar ze vandaan komen is niet duidelijk, en waarom ze het daaropvolgende jaar niet opnieuw overwinteren al evenmin. Ook elders in Zeeland overwinteren Bruine Kiekendieven. In totaal gaat het om 20-30 ex. Ze zijn 's winters vooral te vinden in gebieden met veel watervogels, zoals het Schenge-gebied op Zuid Beveland, de omgeving van het Rammegors en de Slikken van de Heen bij Tholen en St Philipsland en de kreken rondom Axel en het Groot Eiland in Oost Zeeuws-Vlaanderen. ![]() Jongen van de Bruine Kiekendief, het oudste jong is circa drie weken oud. Foto: Henk Castelijns. Het Europees en tevens Nederlands leeftijdsrecord staat op 20 jaar en 1 maand. De meeste Bruine Kiekendieven worden echter veel minder oud. Alleen al het eerste levensjaar komt zowat de helft om. Het daarop volgende jaar is de sterfte nagenoeg even hoog. Met de opgedane ervaring hebben oudere vogels een wat grotere kans om te overleven. Vogels die het eerste jaar hebben overleeft, hebben een levensverwachting van circa 5 jaar. Kansen en bedreigingen Bijzonderheden |
| < Vorige | Volgende > |
|---|




