| 8.5. Torenvalk (Falco tinnunculus) |
|
![]() Figuur 13. Aantalsverloop van het aantal broedparen van de Torenvalk in Zeeland in de periode 1995-2007. De Torenvalk is de soort die het meest heeft geprofiteerd van het zachte weer. De start van eileg was met gemiddeld 18 april nog nooit zo vroeg en zelfs negen dagen vroeger dan gemiddeld. Behalve aan het zachte weer heeft ook de voedselsituatie een rol gespeeld. Dat blijkt onder andere uit het aantal eieren per nest. Ook dat was met gemiddeld 5,2 (s=0,88; n=95) nog nooit zo hoog. Er waren zelfs vier zevenlegsels en één op drie (n=95) was een zeslegsel, terwijl ![]() Figuur 14. Aantalsverloop en trend van het aantal broedparen van de Torenvalk in Midden Zeeuws-Vlaanderen in de periode 1995-2007.
![]() In de Plompe Toren bij Haamstede bevond zich een nest in een nis achter een glazen raampje. De toren wordt als uitkijktoren gebruikt en is vrij toegankelijk. Een dergelijk broedgeval trekt de nodige aandacht en wordt van verschillende zijden gemeld: telkens vier eieren. Bij toeval werd op het Internet een foto van hetzelfde nest gevonden, maar wel met vijf eieren! Overigens is uit het nest maar één jong uitgevlogen. Foto’s: Jenny Schilt (midden) en Bram Vroegindeweij (links en rechts). |
| < Vorige | Volgende > |
|---|



