| 7. Resultaten |
|
![]() Drie jonge Buizerds variƫrend in leeftijd van 5-9 dagen. Ze zijn geringd op 11 juni en hebben korte tijd daarna het nest verlaten. Koewacht Plasschaert 17 mei 2007. Foto: Jeroen Castelijns. In totaal zijn 717 broedparen geregistreerd. In 558 gevallen werd het nest gevonden (figuur 6). Het aantal broedparen wordt geschat op 1.000-1.400. Het aantal nestkaarten was met 431 nog nooit zo hoog (figuur ![]() Figuur 6. Aantal in de periode 1995-2007 in Zeeland per jaar opgespoorde roofvogelbroedparen In bijlage 1 wordt voor elk deelgebied een schatting van het aantal broedparen gegeven (zie ook 2). ![]() Figuur 7. Aantal in de periode 1995-2007 in Zeeland ingestuurde nestkaarten van roofvogels. Het gemiddelde aantal eieren per nest was met 4,8 (s=1,11, n=41) normaal en het broedsucces met 3,0 (s=1,12, n=63) wat lager dan gemiddeld. Het aantal eieren per jaar varieert weliswaar, maar er is geen trend. Het aantal uitgevlogen jongen neemt echter af (figuur 9). Het aantal eieren zegt wat over de conditie van de vogels op het moment dat ze in het broedgebied aankomen, het aantal jongen zegt wat over het broedgebied zelf. De geslachtsverhouding tussen het aantal op het nest geringde jongen was, zoals wel vaker, in het voordeel van mannen: 58% (tabel 3). In 2007 is in Zeeuws-Vlaanderen begonnen met het meten van het eivolume. De maat van de eieren werd genomen met een digitale schuifmaat met een nauwkeurigheid van 0,01 mm. De gemiddelde lengte van de eieren was 48,6 mm (s=2,2, n=127) en de breedte 38,0 mm (s=1,2, n=127). Het eivolume is berekend met de formule volgens Hoyt (1979): 0.51 x lengte x (2 x breedte) en bedraagt 35,9 ml (s=3,5, n=127). Overigens zijn voor het opmeten van de eieren geen extra nestbezoeken uitgevoerd. Het onderzoek maakt deel uit van een vergelijking tussen binnen- en buitendijks broedende paren. Door omstandigheden is een deel van het onderzoek in 2007 niet uitgevoerd. |
| < Vorige | Volgende > |
|---|



