| 7.3 Sperwer (Accipiter nisus) |
|
![]() Figuur 7: Aantalsverloop van de Sperwer in Zeeland in de periode 1995-2006. De start van de eileg was met 2 mei een paar dagen later dan gemiddeld (n=7). Het aantal eieren en het aantal jongen week met achtereenvolgens 4,5 (s=1,4, n=8) en 3,1 (s=1,0, n=36) nauwelijks af van normaal. Dat gold ook voor het aantal mislukte nesten 25% (n=51) in 2006 tegen 26% normaal (n=287). In werkelijkheid zullen beide percentages een stuk hoger liggen (Castelijns 2006 ). Sperwers broeden overal waar bos of bosjes zijn. Er wordt ![]() Sperwer met volle krop op 18 oktober 2005. Foto: Niels de Schipper. Het nest wordt bij voorkeur tegen een stam gebouwd. Dat gaat het makkelijkst als er behoorlijk wat takken zijn die bij voorkeur in een krans rond de stam staan, zoals vooral bij den en spar en in mindere mate bij eik het geval is. Hoewel niet rechtstreeks uit de tabel 3 af te leiden, hebben Sperwers een voorkeur voor het broeden in naaldbomen. Naaldbomen zijn in Zeeland vrij schaars, toch broedt 30% van de Zeeuwse Sperwers in zo’n boom. Hoewel populieren als nestboom niet zo geschikt zijn, wordt er toch relatief vaak in gebroed. Dit komt omdat in Zeeland de populier veruit de algemeenste boom is. Nesten in populieren bevinden zich bijna altijd in een vork en niet zoals bij de meeste andere bomen het geval is op zijtakken tegen de stam. ![]() Tabel 3: Nestbomen van Sperwers in Zeeland in de periode 1995-2006.
|
| < Vorige | Volgende > |
|---|



