| 7.2 Havik (Accipiter gentilus) |
|
|
Nestcontroles bij de Havik vinden in Zeeland helaas maar weinig plaats. In 2006 werd geen enkel nest tijdens de eifase gecontroleerd, werden geen jongen geringd en geen gegevens van prooien ontvangen. Van slechts drie nesten is het broedsucces bekend: één nest met twee jongen en twee nesten met drie jongen. Haviken broeden in Zeeland vooral in de duinen en in bos(jes) in waterrijke gebieden. De omgeving van waterrijke gebieden is waarschijnlijk vooral in trek vanwege het naar verhouding hoge voedselaanbod. Sinds 2002 is van 20 broedplaatsen het habitat bekend. Drie keer werd gebroed in een dennenbos en de rest van de broedgevallen vond plaats in een loofbos. Vijf keer werd het nest gebouwd in een wilg (Salix spp), twee keer in een eik (Quercus spp), één keer in een Zwarte Els (Alnus glutinosa) en één keer in een populier (Populus spp). De gemiddelde nesthoogte bedraagt 8,5 meter (s=2,8, n=9, variatie 5,5-11 m). Dat is naar verhouding laag. In elf studies in Europa varieerde de gemiddelden tussen 9-21 m (Kenward 2006). De geringe hoogte waarop Zeeuwse Haviken broeden, heeft te maken met het voorkeursbiotoop van de Havik waarin vooral lage bomen staan. Acht keer werd het nest door het Havikpaar zelf gebouwd en één keer werd een datzelfde jaar door een Buizerd gebouwd nest overgenomen. Er is slechts één geval van hergebruik van een eerder gebouwd nest bekend.
|
| < Vorige | Volgende > |
|---|

