| 7.3 Sperwer (Accipiter nisus) |
|
![]() Sperwerman gevangen op de ringbaan van Nebularia bij Westenschouwen op 20 september 2003 (foto Henk Castelijns) De Sperwerlegsels waren in 2004 met 4,2 van gemiddelde grootte (s=1,11 n=17). Gemiddeld werd drie dagen eerder met de eileg begonnen dan de voorgaande jaren (n=11). Het verschil is niet significant. Uit 22 nesten vlogen gemiddeld 3,5 jongen uit (s=1,08). Dat is een fractie meer dan gemiddeld. Evenals in andere jaren mislukte een groot deel van de gevonden nesten: 14 van de 40. Vrijwel steeds gaat het mis in de eifase en soms als er kleine jongen zijn. Uit onder nesten gevonden eischalen blijkt dat de legsels worden gepredeerd ![]() Figuur 10: Prooien van Sperwers op Walcheren en in Zeeuws-Vlaanderen tijdens het broedseizoen in de periode 1995-2004. Wat betreft het voedsel zijn systematisch verzamelde gegevens voorhanden van Walcheren (Floor Arts) en Zeeuws-Vlaanderen (Henk Castelijns). Sperwers zijn echte vogeljagers. Op 515 prooien werd slechts één Bosmuis vastgesteld (figuur 10). Bij roofvogels die jagen op vogels zijn vrouwtjes aanzienlijk zwaarder dan mannetjes waardoor een breder prooispectrum ter beschikking staat (Newton 1979). Sperwervrouwtjes wegen zelfs 75% zwaarder dan mannetjes. Vrouwtjes vangen prooien tot de grootte van een Houtduif en mannetjes tot die van een Merel. In totaal werden prooiresten van 50 verschillende vogelsoorten verzameld. De belangrijkste prooien zijn: Hout-, Holen- en Postduif, Spreeuw, Zanglijster, Merel, Grote Bonte Specht en Huismus. Bijzondere prooien waren Gierzwaluw (1x), Ransuil (1x pul), Roodborsttapuit (1x) en Patrijs (2x pul). |
| < Vorige | Volgende > |
|---|


